Patisserie in donker Edinburg

Babyboomers en vakantie

Volgens onderzoekjes doen babyboomers dit niet. Volgens mij wel.

Over babyboomers en vakantie wordt veel geschreven waarin ik mijn vakanties en die van generatiegenoten niet herken. Doe jij dit niet ook? Halsoverkop op een kort vakantietje, omdat het kan of voor het leuk? Nu wordt dat meestal een stedentrip. Maar ik herinner mij een verblijf van een dag of vier met een vriendin, in een primitief caravannetje omdat dit ineens te leen bleek.

‘Houden babyboomers ooit hun mond?’

Het was koud, het was nat, het was Nederlands vakantieweer. In mijn herinnering stond het caravannetje eenzaam in een leeg weiland en was het groot genoeg voor minder dan 1 persoon. Die herinnering kan vervormd zijn, want er werd vreselijk veel gepraat en vreselijk weinig geslapen.
“Houden babyboomers ooit hun mond dicht? Wat kan deze generatie ouwehoeren, pardon, ideologische debatten voeren”, las ik in een aardige oude recensie van een grimmige oude film. “Het spuien van opinies lijkt een reflex. Niemand is veilig voor zijn tirades”, heet het over de babyboom-hoofdpersoon (van Les invasions barbares, maar dat doet er niet toe).
Zo’n soort vakantietje dus. Het had dodelijk vermoeiend moeten zijn, maar voor ons was het dat niet.

Dit was tientallen jaren geleden. Plotseling een korte vakantie pakken is dus geen ‘levensfase’, zoals heet. Het was voor ons niet uitzonderlijk, en dat is het – afgezien van het oncomfortabel verblijf! – nog steeds niet. En wij zijn niet uniek. Echt een babyboomervakantie, denk ik dus. Ik check dat even: nee. In allerlei onderzoeken doen babyboomers dit helemaal niet.

Langer, korter, langer en korter

Babyboomers gaan vaker en anders op vakantie dan andere Nederlanders, lees ik in een veel geciteerd onderzoek van bureau Nielsen en adviesbureau Boomagers. Daar staat bijvoorbeeld in dat vooral korte vakanties populair zijn. En dat wij gemiddeld per persoon 2,6 keer per jaar met vakantie gaan. Kijk. Onderzoeken die mijn mening bevestigen vind ik toch het leukst. Maar berichtjes over dit onderzoek zijn niet erg helder. Dit bijvoorbeeld: “Ze gaan vaker en langer (‘ontspanning’), vaker en korter (‘jezelf bewijzen’)“. Wat is het nu? langer, korter, of langer én korter?

Respectabele bureaus geven nog veel meer cijfers waar ik mijn vakantiegedrag niet in herken. Stephanie Verwijs van Bindinc schreef dat Duitsland na Nederland de populairste vakantiebestemming is van 50-plussers. Echt? Volgens haar boekt meer dan een op de drie boomers een georganiseerde reis, ook weer meer dan andere generaties. Heus?

De potpourri en de geit

Het zal wel, want ook dit zijn cijfers van een respectabel bureau. Maar babyboomers die ik ken, doen dat heel anders. Als die zin krijgen in een vakantietje, sporen ze een leuk appartement op in een stad, of juist iets op het platteland, en daar gaan zij op eigen houtje naar toe. Dat geeft veel meer een gevoel van vrijheid dan een maanden tevoren geboekte hotelvakantie.

En avontuur. Dat Engelse cottage in de Cotswolds van vrienden, helemaal in originele staat, stonk wel erg scherp naar eh… Ach nee, vast niet. Keurige mensen, die vrienden. Maar die potten en schotels vol potpourri voegden alleen nog een weeïg bloemengeurtje toe aan die lucht.
Buiten was het nat, en koud. Engels weer. Binnen werd de knusse woonkamer verwarmd met een open haard. Die had zelfs nog zo’n authentiek gietijzeren haardscherm. Maar hoe klein die kamer ook was, zelfs op 1 centimeter afstand van de haard werd je niet warm. Tenzij je dat scherm weghaalde. Maar die brandende kooltjes op het tapijt toonden het nut ervan overtuigend aan.  Wij voelden ons een beetje ontdekkingsreizigers in de échte Cotswolds.
Toen we de sleutel terugbrachten, vertelden die vrienden trots hoe zij het huisje spotgoedkoop hadden bemachtigd: zij moesten alleen zelf de geit van de vorige eigenaar eruit zetten. Dat was niet makkelijk gegaan. Die geit woonde op de eerste verdieping en hij had een hekel aan trappen lopen. (Dus toch!)
Sindsdien huur ik alleen van vreemden.

 

Misschien gebruiken die bureaus een panel met minder impulsieve vakantiegangers. Want ons vakantiegedrag is zo vaak onderzocht omdat babyboomers gelden als de ‘big spenders’ op vakantiegebied. Wij geven vaker en meer geld uit aan vakanties dan andere generaties. Wij boeken ruim 40 procent van alle buitenlandse reizen, goed voor 1,1 miljard per jaar. Die onderzoekjes zijn denkelijk gericht op dure vakanties. Daarbij loont het om de marketing speciaal op babyboomers te richten die netjes hun vakantie plannen en boeken.

 

Foto: The Shipwrights Arms, Londen – Roger W.Haworth/wikicommons

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.