ander vervoer

Een uitje met Ander Vervoer

Woon-werkverkeer zoals het ook kan: het GVB.

Vandaag heb ik een vrije dag, dat wil zeggen ik werk grotendeels aan de laatste stuiptrekkingen van baantje 2. Ik ga er even heen. Lekker snel, want ik hoef niet met de trein.

Anders dan de babyboomermythe wil, woon ik niet in een groene buitenwijk of in de Grachtengordel, maar in een wijk waar het goed roti’s kopen is.  Die is in een handomdraai van de beter bewoonde wereld af te sluiten. Slimme planologen hebben gezorgd dat hij slechts bereikbaar is met een enkele verkeersader en wat metrolijnen. Vandaag rijdt een daarvan helemaal niet en een andere niet hier, maar de overgebleven metro komt snel en rijdt snel richting stad.
Een halte of twee, drie.

Na een poosje sudderen bij halte drie of vier komt er een serie mededelingen.
Ding dong. Dames en heren, wij staan even stil. Onze excuses voor het ongemak.
Ding dong. Er zijn monteurs onderweg maar het kan even duren. Onze excuses voor het ongemak.
Ding dong. Het kan een half uur duren of nog langer. Onze excuses voor het ongemak.
Ding dong. Deze metro rijdt niet verder. U kunt nog wel de andere kant uit
.

Een paar reizigers blijven koppig zitten, ik loop met wat overblijvers naar de terughalte. Daar staat inderdaad een metro aangekondigd. Hij komt over een minuut of 2. 3. 4. 5. 6. Estimated Time of Arrival steeds één minuut later.
Wij luisteren geïnteresseerd naar de biepjes van het omroepsysteem en naar de mobiele gesprekken van boze medereizigers.
Verderop staan een soort botsautootje en wat mannen in lichtgevend groene jacks op het spoor.
Een paar optimisten lopen terug naar de metro waar wij uit gekomen zijn en die daar nog steeds staat.
Ding dong. Metro 53 en 54 – de enige die hier stoppen – zijn uitgevallen.
Wij raden u aan gebruik te maken van Ander Vervoer.

Dat met die excuses heeft de omroeper maar opgegeven. Een mevrouw met een fiets verdwijnt, maar verder is hier geen Ander Vervoer, zoals de omroeper heel goed weet. We zijn hier namelijk niet in de bewoonde wereld. Verderop is alleen een naar industrieterrein.

Een klein groepje mensen blijft op een kluitje voor de uitgangshekken hangen, maar ongeduldiger types als ik gaan het station uit. Buiten staat zowaar een soort bushalte. Pendel, staat erop. Aan de overkant van de straat is er ook een: Pendel, staat daarop. Wanneer, waarheen, staat er niet bij. Zeker ter vervanging van een ander uitgevallen stuk vervoer. Hoe dan ook staat de rijrichting haaks op die van de metro. Een paar optimisten verdelen zich willekeurig over de twee haltes en gaan toch wachten. De echte volhouders sjokken weg. Wij volgen het metrospoor terug.

Ha! In dat nare industrieterrein spot ik ineens een buitengewoon weelderig, duur kapsel van het soort dat je zelden in het wild ziet. En àls je het ziet, kan een auto niet ver zijn. Door mijn werk ken ik toevallig veel van zulke kapsels. Ik kijk eens goed, roep, en ja hoor, die ken ik. Je gelooft het niet. Ander Vervoer.

Maar helaas, het is een bestuurslid. Zij herkent mij dan ook niet, hoewel zij mij al jaren regelmatig ziet, sorry. Zij gaat ook nergens heen, zij is net geparkeerd, sorry. (Ja als je net geparkeerd bent, nietwaar.)
Wat ga je nu doen? vraagt zij nog. Ik heb geen idee, ook sorry, maar sjok weer achter de laatste hekkensluiters aan die hier vast beter de weg kennen dan ik.

Zij lopen tamelijk doelbewust door het niets. Uiteindelijk kom ik in hun voetspoor bij een station. Ook in het niets, maar het heeft een AH2go. Ik hamster wat eerste levensbehoeften, want je weet maar nooit. Sigaretten, koffie van een soort dat ik nooit drink, en wat van die piepkleine flesjes koffiemelk. Echt eten verkoopt hij niet natuurlijk.
Dan vraag ik een paar rondhangende NS-medewerkers naar een trein, want verder stopt hier alleen een metro, quod non.

Er zou over 40 minuten een trein kunnen komen die ruwweg mijn richting uitgaat. Maar de collega’s van het GVB gaan de metro weer opstarten. Dat kan ook wel even duren. Met een klein groepje hardcore medepassagiers loop ik naar een strategisch perron. Komt er een trein, dan pakken wij die. Komt er toch een metro, dan stopt die aan de overkant van het beton en pakken we die. Wij wisselen sigaretten en vuurtjes uit en kijken naar de massieve muur van gestrande reizigers op het perron tegenover ons, die blijkbaar hun reis naar het centrum willen hervatten.
Wij niet. Wij hebben het gezien. Voor zover wij al werk te doen hadden daar, kan dat mooi wachten: wij gaan gewoon terug naar de wijk.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.