Meneer Bot en de wijn

Gezelligheid in het verzorgingshuis

Meneer Bot strikes again

Als je ouders zich niet meer zelf kunnen redden, kan een prettig verzorgingshuis – die zijn er nog wel – een uitkomst zijn. Geen gedoe met vergeten medicijnen of met verzorging, geen oude mensen die moederziel alleen door een te grote woning scharrelen. Een bijkomend voordeel is dat het oude mensen die niet mobiel meer zijn een nieuw sociaal leven kan bieden. De gezelligheid ligt er voor het oprapen. Het bijbehorende nadeel is dat bij sommige oude mensen het woord ‘sociaal’ een heel andere invulling krijgt. Bij meneer Bot bijvoorbeeld. Een ander nadeel van die handige kleine appartementen is dat je er niet met een stel mensen tegelijk kan eten.

Hoewel meneer Bot in het geheel niet drinkt, niet echt tenminste, heeft wijn voor hem een onverklaarbare aantrekkingskracht. Zo kon het dat wij plotseling een stoel te weinig hadden toen wij met veel gedoe de tafel in een van de ‘huiskamers’ in het huis van mijn ouders hadden bedekt met meegebracht eten en drinken. Wij hadden er toch genoeg stoelen heen gesleept. Maar daar stond plotseling mijn enige en hoogzwangere nichtje, dat heel eventjes was opgestaan, en hé een stoel was er niet meer voor haar.

wijnglasHebben jullie ook een glas wijn voor mij, vraagt meneer Bot. Van zijn normaal zo knorrige gezicht straalt een zekere trots. Het moet lang geleden zijn dat hij voor het laatst stoelendans speelde, maar hij kan het nog best.
Er geldt een strikte oekaze van de verpleging dat bezoekers meneer Bot geen wijn mogen geven. Wij houden niet van het betuttelen van oude mensen, maar met meneer Bot hebben wij alleen medelijden als hij er niet bij is. En wij willen niet dat er een ambulance voor hem gebeld moet worden, zoals die keer toen zijn zoons een paar flesjes wijn voor hem hadden meegenomen.

Meneer Bot is niet gewend dat de mensen niet doen wat hij zegt. Maar hij treft het slecht, want wij zijn een familie die het niet ontbreekt aan, eh, duidelijkheid.
Nee, zegt een van ons nadrukkelijk. Dit is namelijk een familiebijeenkomst. En u bent niet uitgenodigd. We hadden ook geen stoel voor u neergezet. U zit op haar stoel. Wijzend op nichtje.
Nichtje wiebelt gegeneerd van de ene voet op de andere, maar meneer Bot zit hier helemaal niet mee. Hij blijft gewoon zitten.

Zoon nr. 2 toont een goed inzicht en initiatief en gaat maar op jacht naar een extra stoel.

Doe mij maar een wijn, zegt meneer Bot. Geen bier. Dat drink ik niet hoor, bah bier.
Nee, 
zegt het duidelijke familielid van daarnet, want dit is een fa-mil-ie-bijeenkomst. Het is geen bijeenkomst van het huis. En u bent niet uitgenodigd. Dat zei ik u toch net.
Ik woon hier ook hoor, zegt meneer Bot strijdlustig.
Dat valt niet te ontkennen, dus hij herhaalt het maar een paar keer.

Wij proberen maar te doen alsof hij daar niet midden tussen ons in voortdurend om wijn zit te vragen.
Hebben jullie ook wijn? 
gooit hij af en toe als een stoorzender door de verschillende gesprekken heen. Ja, mij ook maar een wijn. Geen bier. Al na een keer of acht zijn wij er helemaal aan gewend.

Meneer Bot geeft niet gemakkelijk op, maar na een flinke tijd kiest hij eindelijk eieren voor zijn geld.
Nou goed,
zegt hij. Een keer of wat. Dan maar bier. Als jullie geen wijn willen geven. Ik kan ook bier drinken hoor.

Als hij zelfs dat niet krijgt, druipt hij uiteindelijk af.
Wij missen de gezelligheid niet.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.