Groene Babyboomers van het eerste uur

Behapbare problemen blijven het makkelijkst

Steeds meer producten en bedrijven heten ‘groen’ en ‘duurzaam’. Laatst las ik een theorietje dat vijftigplussers de drijfveer zijn achter die aandacht voor duurzaamheid, en dit vanwege hun leeftijd: Voor mensen vanaf een jaar of 50 worden thema’s zoals duurzaamheid en ‘wat laat ik straks achter’ belangrijk. Met zoveel babyboomers (in het bedrijfsleven) is het ook niet verwonderlijk dat duurzaamheid zoveel aandacht heeft gekregen het afgelopen decennium. Maar groene babyboomers speelden al een grote rol in de bewegingen van de late jaren 60 en de jaren 70.

De rokende anti-rookmagiër

Provo, Immuun Blauw, de Kabouters van de Oranje Vrijstaat; ze maakten zich ver voordat dit in zwang kwam al druk over luchtvervuiling, watervervuiling, en de Bom. Tabak en tabaksreclame moesten worden verboden en vervangen door wiet. Maar aan de andere kant: alles moest kunnen. Het wekte totaal geen verbazing dat de ‘anti-rookmagiër’ Jasper Grootveld zelf, de aandrijver van de Provobeweging waar het allemaal mee begon, lustig tabak rookte.

Ekspirimenteel

Voor wie het geduld heeft, hier een ‘Eksperimentele’ film over Oranje Vrijstaat, het utopia van de Kabouterbeweging in de late jaren zestig. Hij duurt 35 minuten, maar na een trage start zit het er allemaal in: de verbazend hyperbeschaafde tonen van opperkabouter Roel van Duijn, de beoogde maatschappijverandering, het protest tegen autoriteit, spelregels en agenda, en de eerste kraakactie in de Sarphatistraat. (Met excuses voor de ingebouwde reclame in deze anti-konsumentistiese video!)

Later zou de sfeer verharden, maar in dit filmpje is hij vooral heel ludiek en idealistisch. Om een Amsterdams Gemeenteraadslid te parafraseren: Dit zijn filosofische ideeën die de hele wereld aangaan, maar dat betekent niet dat ze in de Amsterdamse Gemeenteraad aan de orde moeten komen. Wij hebben onze agenda. Maar de Kabouterpartij haalde daarin 5 zetels in 1970 en agendeerde ze toch.

Successen

Begin dit jaar was het precies vijftig jaar geleden dat Provo werd opgericht. Het Amsterdams Stadsarchief wijdde er een leuke tentoonstelling aan. Dat zou toen ondenkbaar zijn geweest. Wie het nu terugziet, kan zich verbazen over het harde optreden van de autoriteiten tegen die eerste, bellen blazende kabouters. Toch heeft die beweging op sommige punten effect gehad – denk aan de anti-leegstandswetten. Het invoeren daarvan kan je, afhankelijk van je standpunt, zien als een succesje van de kraakbeweging of als een even succesvolle poging om die in te kapselen.
Aan de grote problemen ‘die de hele wereld aangingen’ is intussen weinig veranderd, maar die zijn denkelijk ook te groot voor een handjevol kabouters of krakers. Ik was maar een buitenstaander; waarschijnlijk was ik te jong of misschien ook te braaf voor die acties. Maar ook toen al leek het mij dat de felste ideologische strijd werd gestreden over behapbare zaken: in de keuken.

Voedselstrijd

In die begintijd was ik een paar vakantiedagen in een commune – dat hoorde er ook bij natuurlijk – in een kapitale villa ergens in een dorp. Er woedden daar felle discussies over het eten. De fijne ideologische punten ontgingen mij, maar kort samengevat: een paar bewoners waren principieel macrobiotisch, een paar anderen wilden gewoon aardappelen en tomaten kunnen eten, en er werd centraal gekookt.
Die strijd liep zo hoog op dat een bewoner, een doodgoeie rustige jongen, zich in de keuken verschanste. De deur had hij letterlijk gebarricadeerd, maar voor een ongerust gansje als ik wilde hij die wel even open doen. Daarna zat hij weer gestresst op een gammele stoel middenin die keuken, klaar om de bijl te grijpen die voor hem op tafel lag als twee leden van de ‘tegenpartij’ binnen durfden te komen. (Kan ook zijn dat hij een ultimatum had gesteld en met bijl naar buiten zou komen als zij niet op een bepaalde tijd het pand hadden verlaten – er waren nog andere insider-grieven. Hoe dan ook, zij riskeerden het niet.)

Veel later, in de tamme jaren tachtig, woonde een voormalige vriendin van mij in een woongroep van voormalige krakers in een voormalig kraakpand. Zij betaalden keurig huur aan de Gemeente. De principiële bevlogenheid leek mij zo aardig ingekapseld, maar ook daar woedde een ideologische strijd in de keuken.
Dit keer ging het tussen de vleeseters en de niet-vleeseters. De bewoners aten gezamenlijk aan een grote tafel en elke dag hadden twee van hen de kookbeurt. Het eten werd ingekocht uit de gezamenlijke pot waarin iedereen zijn deel stortte. Volgens de daar geldende spelregels bepaalde de kookploeg van de dag wat er werd ingekocht, en mochten zij op hun kookdag een gast uitnodigen. Zo kon het gebeuren dat ik werd uitgenodigd met de voorwaarde: Maar dan moet je wel vlees eten, want mijn zus en ik koken en anders is het een overwinning voor de anti-vleespartij.

 

Hoeveel invloed die ‘vele babyboomers in het bedrijfsleven’ zullen hebben op milieuvervuiling en andere grote wereldproblemen zal de tijd leren. Intussen verbaast het mij niets dat ‘groen’ en ‘duurzaam’ eten zo in de aandacht staan. Misschien speelt leeftijd daarbij ook nog een rol: veel babyboomers proberen zo gezond mogelijk te leven. Maar het heeft er altijd al ingezeten.

 

Foto Rob C. Croes, CC BY-SA 3.0 nl/WikiCommons

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.