CBS-grafiek

Help, de werkzoekende vergrijst!

Wat betekenen die cijfers die er weer aankomen voor babyboomers?

Hekel aan cijfertjes? Dan moet je dit misschien juist lezen, want we naderen het cijfer-hoogseizoen: Prinsjesdag. Er komen allerlei statistieken aan over wie werkt, wie werk zoekt, en wie werkloos is (wat niet hetzelfde is!). Dat zou interessant moeten zijn voor boomers die steeds langer doorwerken, of die dat willen of moeten doen. Maar voor wie geen cijferhoofd is, zijn die emmers cijfers die over je heengegooid worden eerder verwarrend dan verhelderend.

Werkzoekenden

Vorige week berichtte het CBS over de leeftijden van werkzoekenden die ingeschreven staan bij het UWV. Iemand bij CBS had een leuk toeval opgemerkt: de cijferts over jonge versus oudere werkzoekenden zijn nu precies hetzelfde als 25 jaar geleden! Alleen is de verhouding precies omgekeerd! Zo leuk.
V
oor babyboomers lijkt het minder leuk, al gun je jongeren een goede start in het leven. In 1990 stonden er relatief weinig 55- tot 65-jarigen ingeschreven bij het UWV (850.000) en relatief veel 15- tot 25-jarigen (880.000). Nu is het dus precies andersom.
Maar wat betekent dat eigenlijk? Is het bijvoorbeeld nu moeilijker dan vroeger om werk te vinden als je tussen de 55 en de 65 bent? En makkelijker als je tussen de 15 en 25 bent? Zo lijkt het, maar vergeet niet, we zitten in de aanloop naar Prinsjesdag. En om een beroemd citaat een beetje om te bouwen: om echt goed te liegen heb je statistieken nodig.

Even tellen, wie is hier eigenlijk werkloos?

Het is natuurlijk voor een regering altijd prettig als de cijfers laten zien dat haar beleid een goede invloed heeft op de economie. De cijfers van het UWV zijn daarvoor een topmiddel. Zij lijken iets te zeggen over werkloosheid, maar ze doen dat het ene jaar veel minder dan het andere. Je kan er als politicus bijvoorbeeld altijd op wijzen dat niet iedereen die staat ingeschreven als werkzoekende per se werkloos is.
Werkloosheid is namelijk een kwestie van handig definiëren en slim tellen. (Op Prinsjesdag dan. In je dagelijks leven helpt slim tellen niet als je werkloos bent.) Een paar voorbeelden laten zien wat je aan zulke cijfers hebt.
Op 1 januari dit jaar (net voor de Statenverkiezingen) werkten er opeens veel meer mensen in Nederland dan de dag daarvoor. Niet dat dat ook echt zo was. Maar het CBS ging ineens ‘in lijn met de rest van de EU’ iedereen meetellen als ‘werkend’ die ook maar één uurtje per week een bijbaantje heeft als vakkenvuller ofzo. Tot die tijd telde je alleen als ‘werkend’ als je minstens 12 uur per week betaald werk had.
Door die nieuwe manier van tellen ging ineens het werkloosheidscijfer omlaag (want dat is het percentage niet-werkenden van de beroepsbevolking), terwijl in werkelijkheid de werkloosheid licht steeg.
Tegelijkertijd groeide de beroepsbevolking ineens, omdat de leeftijdsgrenzen werden opgerekt. De bovengrens ging van 65 tot 75 jaar, terwijl wij toch echt (nog) niet doorwerken tot ons 75e. In maart meldde het CBS weer vrolijk dat de werkloosheid was gedaald. Niet dat er zoveel meer mensen aan het werk waren, maar omdat ineens ‘12000 minder mensen zich aanboden op de arbeidsmarkt’. En daardoor daalde die net gestegen beroepsbevolking weer.

Vergrijzen werkzoekenden nu, ja of nee?

Even terug naar dat gestegen aantal werkzoekenden tussen 55 en 65 jaar, in verhouding tot het kleinere aantal zoekenden van 15 tot 25 jaar.
Bij die jongeren is er weer sprake van een teltruuk, of erger nog eigenlijk: steeds minder jongeren hebben recht op een werkloosheids- of bijstandsuitkering. Werkloze jongeren hoeven zich dus niet in te schrijven bij het UWV en dat doen zij dan ook niet, want een baan verwachten ze daar niet van. Het leeuwendeel van de werkloze jongeren is dus weggepoetst uit de statistiek van de werkzoekenden, hoe graag zij ook zouden werken. En wij ons maar verbazen dat steeds meer jongeren langer thuis blijven wonen of terugboomerangen.
Overigens: er zijn ook nog werkzoekenden die niet als werkloos worden geteld, “omdat zij niet hebben gezocht naar een baan”, staat er in het persbericht van CBS. Hoe jong of oud die zijn en hoeveel het er zijn en wie bepaalt dat zij niet hebben gezocht, dat krijgen wij niet te horen. Ze tellen immers niet mee voor het werkloosheidscijfer.
Er staan wel veel meer ouderen ingeschreven dan in de jaren negentig. Er zijn namelijk ook meer ouderen in Nederland. Al die babyboomers zijn geen babies meer.
Bovendien nemen meer ouderen deel aan het arbeidsproces (zij hebben betaald werk of zijn werkloos). In 1990 gingen meer mensen vervroegd met pensioen, wat veel mensen nu niet willen of financieel niet kunnen. En er zijn ook veel minder mensen met een WAO-uitkering omdat de beoordeling daarvan steeds strenger is geworden. Wie ook maar voor een klein beetje is goedgekeurd, krijgt geen WAO. Werk krijgt hij ook meestal niet, dus die groep komt erbij in de werkloosheidsstatistieken.
Hebben wij nu een antwoord op onze vraag? Nee, zeker niet.
We weten nog minder dan eerst of het nu moeilijker is dan in 1990 om een baan te vinden als je 55-65 bent.

Kans op werk

Zo vreemd, daar zijn geen cijfers over te vinden. Hardcore cijfers over je kans op werk zijn er wel, maar mondjesmaat. De kans om werk te vinden is voor oudere werklozen kleiner dan voor jongere. In 2013 was bijna de helft van de werkloze 15- tot 45-jarigen na een jaar weer aan het werk, maar bij 45-plussers gold dat maar voor een op de vijf.
Dat komt nu wel ont.zet.tend slecht uit zo vlak voor Prinsjesdag, vlak nadat de regering heeft besloten dat wij langer door moeten werken. Later AOW krijgen wij dus wel, maar voor langdurig werkloze 55-plussers betekent dat gewoon dat het langer duurt voor zij AOW krijgen. Intussen is er nog de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen. Klik maar op de link om te lezen wat dat is, want ook die wordt sinds begin dit jaar afgebouwd. Door, lach niet: de Wet werk en zekerheid. Vanaf 2020 zal die Wet inkomensvoorziening niet meer bestaan – maar dan hebben veel babyboomers al wel AOW.

En dan?

Ouderen en uitkeringsgerechtigden gaan er volgend jaar in koopkracht op achteruit: gepensioneerden verliezen 1,1% en mensen met een uitkering 0,3% als er niets gebeurt. Maar oh gelukkig, op Prinsjesdag “maken ouderen en uitkeringsgerechtigden goede kans op compensatie voor het koopkrachtverlies waarmee ze geconfronteerd dreigen te worden”.  Zegt minfin Dijsselbloem. Hier past het oud-Amsterdamse gezegde: Ik moet het nog zien, zei Blinde Maupie.

Na die cijferbrei kan ik zonder enig onderzoek voorspellen dat babyboomers volgend jaar nóg ondernemender gaan worden. Want als zij hun baan verliezen of als zij iets anders willen beginnen, kunnen zij maar het best alleen op zichzelf rekenen. Als eigenaar-directeur bijvoorbeeld. Waarschijnlijk moeten zij ook socialer worden: netwerken netwerken netwerken is het devies. Als je daar toevallig geen hekel aan hebt.

Grafiek: CBS

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.